Gaat er iets mis met een lijmlaag die loslaat, een dekvloer die scheurt of een voeg die vlekkerig uitdroogt, dan krijgt de menger vaak de schuld. In de praktijk zit de oorzaak meestal ergens anders: in de hoeveelheid water, in de volgorde van werken of in een emmer die niet schoon was. In deze gids leest u hoe u mortel, lijm en egaline elke keer gelijk aanmaakt. Zoekt u de machine zélf, lees dan eerst Mengmachine kiezen.
Begin bij de ondergrond, niet bij de emmer
Een perfect gemengde lijm hecht nog steeds niet op een ondergrond die stoft, vet is of te glad. Zuig los materiaal weg en verwijder cementhuid, lijmresten of oude coating machinaal. Voor dat werk hebben wij betonslijpers en slijpkommen: een slijpkom voor hard beton werkt anders dan een kom voor dekvloer of voor epoxy- en bitumenresten. Werk met stofafzuiging — dat is niet alleen prettiger, het is bij kwartshoudend stof ook gewoon verplicht.
Water is het belangrijkste ingrediënt
Bij vrijwel elk poederproduct staat de watertoevoeging in liters per zak op de verpakking, met een marge. Die marge is klein, en juist daar gaat het mis. Te veel water betekent:
- minder eindsterkte — de verhouding water/cement bepaalt hoe sterk het uithardt;
- krimpscheuren, doordat het overtollige water alsnog moet verdwijnen;
- kleurverschil tussen emmers, wat bij voegwerk en zichtwerk direct opvalt;
- afzakken van tegels of van een verse laag op een wand.
Te weinig water is trouwens ook geen oplossing: het materiaal wordt onwerkbaar, u mengt langer, en de menger loopt zwaarder dan bedoeld.
Afmeten op het oog met een gieter of een emmer die “ongeveer vol” is, geeft nooit twee gelijke emmers. Gebruik een afmeetemmer met schaalverdeling, of — als u de hele dag aanmaakt — een waterdoseerapparaat. Daarmee stelt u de hoeveelheid één keer in, van 0,3 tot 99 liter, en tapt u daarna emmer na emmer exact dezelfde dosis. Dat scheelt niet alleen kwaliteit, maar ook tijd.
De juiste emmer en werkhouding
Vul een emmer maximaal tot tweederde. Doet u dat niet, dan spat het materiaal eruit zodra de staaf op toeren komt en meng u de bovenlaag wel maar de onderlaag niet. Zet de emmer bij zwaar werk in een mengstation: de emmer staat vast, u hoeft niet met één hand tegen te houden en u werkt rechter — dat scheelt aanzienlijk in belasting van rug en polsen als u een hele dag aanmaakt.
De werkvolgorde die het verschil maakt
- Eerst het water in de emmer, dan pas het poeder. Andersom vormt zich een droge koek op de bodem die u er nauwelijks nog uit krijgt.
- Voeg het poeder toe terwijl de menger draait, op een laag toerental. Vol gas vanaf de eerste seconde levert vooral een stofwolk op.
- Meng door tot het mengsel volledig klontvrij is en houd de mengtijd van het voorschrift aan. Korter mengen betekent dat de toeslagstoffen hun werk niet doen.
- Laat het materiaal rijpen als het voorschrift dat vraagt — meestal enkele minuten — en meng daarna kort na. Voeg bij dat namengen géén water meer toe, hoe verleidelijk dat ook is: dat is precies het moment waarop de sterkte verloren gaat.
- Maak niet meer aan dan u binnen de verwerkingstijd kwijt kunt. Aangetrokken materiaal opnieuw losmaken met water werkt niet.
Welke mengstaaf daarbij hoort, hangt af van het materiaal: dikke mortel vraagt een staaf die van onder naar boven mengt, dunvloeibare egaline juist een die naar beneden drukt zodat u geen lucht inslaat. Die keuze staat uitgebreid in de gids over mengmachines.
Lijmwerk: de mortelrol
Lijmt u kalkzandsteen- of cellenbetonblokken, dan brengt u de lijmmortel niet met een troffel aan maar met een mortelrol. Die zet in één beweging een gelijkmatige laag op de volle breedte van het blok. Kies de werkbreedte op de blokdikte — er zijn uitvoeringen van 240, 365, 425 en 490 mm — en neem er liever een die precies past dan een die te smal is.
Twee praktijkpunten: de eerste laag bepaalt de rest van de muur, dus stel die waterpas en met beleid, want een afwijking van een paar millimeter onderin loopt naar boven toe op. En spoel de rol direct na gebruik uit; uitgeharde lijmmortel krijgt u er niet meer af.
Reinigen is onderdeel van de klus
Dat geldt voor de hele set. Een mengstaaf met een laag uitgeharde mortel meng slechter, loopt uit balans en belast de machine. Spoel staaf en emmer meteen na de laatste emmer om, niet aan het eind van de dag. Bij rvs-staven is dat extra de moeite waard, omdat ze dan jaren meegaan.
De vijf fouten die wij het vaakst zien
| Fout | Wat u ervan merkt | Wat u doet |
|---|---|---|
| Water op het oog afmeten | Kleurverschil, wisselende sterkte, afzakkende tegels | Afmeetemmer of doseerapparaat gebruiken |
| Water toevoegen na het rijpen | Lagere eindsterkte, krimpscheuren | Alleen namengen, niets meer toevoegen |
| Emmer te vol | Spatten en droge resten op de bodem | Tot tweederde vullen |
| Poeder eerst, dan water | Harde koek onder in de emmer | Altijd water eerst |
| Te laat reinigen | Onbalans, kortere levensduur van staaf en machine | Direct uitspoelen na gebruik |
Advies nodig?
Twijfelt u welke combinatie van menger, staaf en dosering bij uw materiaal past? Bekijk Mengen & Bouwgereedschap in de shop, bel ons op +31 475 498 008 of kom langs op afspraak in Heythuysen — wij denken graag met u mee.