Voor de haakse slijper ligt een la vol schijven, en op elke schijf staat een code die niemand meer leest. Toch zit daar precies in wat u moet weten: waar de schijf van gemaakt is, hoe grof hij is en hoe hard de binding is. In deze gids lezen we die code, lopen we de schijven langs die u in de werkplaats tegenkomt, en staan we stil bij de dingen die bij het opspannen en bewaren misgaan.
Eerst de bewerking, dan de schijf
Slijpen, doorslijpen en schuren zijn drie verschillende dingen, en ze vragen om drie verschillende schijven. Een doorslijpschijf is dun en werkt met de rand; een afbraamschijf is dik en werkt met het vlak; een lamellenschijf schuurt en slijpt tegelijk en laat een fijner oppervlak achter. Wat u nodig heeft, hangt af van wat u wilt bereiken.
| Wat u wilt doen | Waar u naar grijpt |
|---|---|
| Materiaal doorsnijden - profiel, buis, draadeind | Doorslijpschijf, vlak of met verdiept centrum |
| Op maat afkorten op een stationaire machine | Afkortschijf in de maat van de machine |
| Een las of een braam wegnemen, veel materiaal eraf | Afbraamschijf - dik, werkt onder een hoek |
| Las wegwerken en meteen netjes afwerken | Lamellenschijf - slijpt en schuurt in een gang |
| Vlakke platen schuren met een steunschijf | Fiberschijf op een steunschijf |
| Schuren met een excentrische of vlakschuurmachine | Klittenbandschuurschijf in het juiste gatenpatroon |
| In een hoek, een gat of een profiel werken | Slijpsteen op stift of een schuurhuls in een houder |
| Een lasnaad of een smalle rand met een bandmachine wegwerken | Schuurband in de lengte van uw machine |
| Roest, lak of coating verwijderen zonder in het staal te snijden | Strippingdisc of -wiel |
| Matteren, satineren, een gelijkmatig oppervlak maken | Vlies- of satineerwiel, of een unitized schijf |
| Met de hand nawerken of een rand breken | Schuurvel, schuurspons of een stuk van de rol |
De code op de schijf lezen
Op een gebonden slijp- of doorslijpschijf staat een korte code, bijvoorbeeld A36Q of ZA24S. Die is in drie stukken te knippen.
| Deel | Wat het zegt |
|---|---|
| De letter vooraan | A is korund, het gewone schuurmiddel voor staal, RVS en aluminium. C is siliciumcarbide, voor gietijzer en steen. ZA is zirkoon, dat langer scherp blijft bij zwaar werk. |
| Het getal | De korrel: 20 en 24 zijn grof en nemen snel materiaal weg, 36 en 46 zijn fijner en laten een gladder oppervlak achter. |
| De letter erachter | De hardheid van de binding, oplopend in het alfabet. In dit programma is dat direct te zien: dezelfde afbraamschijf bestaat als ZA24P4 soft, ZA24R4 medium en ZA24S4 strong. |
Aan die laatste letter kunt u ook aflezen waar een schijf voor bedoeld is. In ons assortiment dragen de schijven voor RVS en aluminium de zachtere letters - A30M, A36N, A24O, A30P - en de schijven voor staal de hardere: A36Q, A36R, A36S. Een zachtere binding laat versleten korrels sneller los en houdt de schijf daarmee scherp; dat is precies wat u wilt in materiaal dat gauw warm wordt. Zoekt u een vervanger, neem dan de hele code over van de schijf die er nu op zit.
Werkt u in RVS, let dan ook op de vermelding bij het artikel. Schijven die voor RVS zijn vrijgegeven zijn zo samengesteld dat zij het oppervlak niet vervuilen; een gewone staalschijf laat resten achter waar later roestpuntjes op verschijnen. In de shop staat dat in de productnaam - "RVS" of "staal/RVS".
Doorslijpen: vlak of met verdiept centrum, en hoe dik
Doorslijpschijven staan in twee vormen naast elkaar. Een vlakke schijf ligt in het verlengde van de machine en snijdt gelijk met het oppervlak - handig als u vlak langs een plaat af moet. Bij een schijf met verdiept centrum ligt de spanflens terug ten opzichte van het snijvlak, zodat u dieper in het werkstuk komt zonder dat de flens aanloopt.
De dikte bepaalt de rest. Een dunne schijf - de 1,6 mm-uitvoeringen in de shop - snijdt sneller, kost minder materiaal en brengt minder warmte in het werkstuk; dat laatste telt vooral bij RVS. Een dikkere schijf van 3,2 mm is steviger en vergeeft meer als u niet helemaal recht staat. Kies de dikte dus op het werk, en de diameter en het asgat op de machine.
Blijf bij het doorslijpen recht in de snede en zet de schijf niet klem: een gekantelde dunne schijf breekt. Gebruik een doorslijpschijf ook niet om even een braam mee weg te nemen - daarvoor is de afbraamschijf, die op zijwaartse kracht is gebouwd.
Lamellenschijven: abrasief, korrel en de codes daarachter
De lamellenschijf is voor veel mensen de standaardschijf geworden, omdat hij afbramen en afwerken in een handeling doet. De keuze begint bij het abrasief: korund voor gewoon werk, zirkoon waar meer afname en een langere standtijd nodig is, en keramisch voor het zwaarste werk en voor hardere legeringen. Daarna kiest u de korrel: grof voor materiaal wegnemen, fijner naarmate het oppervlak strakker moet worden.
Achter de korrel staat in het programma nog een lettercombinatie. Die legt de lamelopbouw en het type drager vast - vlak of schuin gezet, met of zonder versterking. Twijfelt u welke uitvoering u nodig heeft, geef dan door welke schijf u nu gebruikt en op welke machine; dan zoeken wij de gelijkwaardige op.
Werkt u met fiberschijven, dan hoort daar altijd een steunschijf bij: die geeft de flexibele schijf zijn tegendruk. Voor versterkte lamellenschijven is er een conische tegenflens. Zonder de juiste steun loopt de schijf ongelijkmatig af en werkt hij alleen op de rand.
Klittenbandschijven: het gatenpatroon moet kloppen
Dit is de fout die het vaakst tot een retour leidt. Klittenbandschuurschijven zijn er zonder gaten, met 8 gaten in de maten 115 en 125 mm, en met 15 gaten in 150 mm. De steunschijven lopen van 0F - zonder afzuiging - via 6F en 8F tot 8+1F en 8+6+1F. Komen de patronen niet overeen, dan sluit de afzuiging niet aan: het schuurstof blijft tussen schijf en werkstuk zitten, de schijf loopt sneller dicht en het oppervlak wordt ongelijk.
Kijk dus eerst op de steunschijf die op uw machine zit, tel de gaten, en bestel de schuurschijven in datzelfde patroon. Werkt u zonder afzuiging, neem dan de uitvoering zonder gaten - een schijf met gaten op een dichte steunschijf verliest onnodig oppervlak.
Voor het schuren zelf geldt dezelfde volgorde als altijd: begin grof genoeg om de oneffenheid weg te krijgen en werk in stappen naar fijn. Een stap overslaan kost meer tijd dan hij bespaart, omdat de krassen van de grove korrel er dan niet meer uit gaan.
In hoeken en gaten: stiften, hulzen en wielen
Waar een schijf niet bij kan, gebruikt u gereedschap op een stift. Slijpstenen op stift staan in de shop in de vormen F.2 tot en met F.8 - cilindrisch, kegelvormig, bol - en per materiaal apart uitgevoerd voor staal, RVS en gietijzer. Voor schuurwerk zijn er schuurhulzen die u over een rubberen houder schuift; de houder zet uit als hij draait en klemt de huls vast.
Twee dingen bepalen of dit goed gaat. Spannen doet u zo kort mogelijk: laat niet meer stift uitsteken dan nodig, want een lange vrije lengte gaat zwiepen en dat is precies waar stiften afbreken. En kijk naar de stiftdiameter - in dit programma komen 3 mm en 6 mm voor - zodat de spantang past.
Op de lamellenwielen hoort dezelfde waarschuwing thuis. De kleine wielen zitten op een stift, maar de grote - tot 300 mm breed, met een asgat van 100 mm - horen op een stationaire machine met de juiste flenzen, niet op een handmachine.
Reinigen en afwerken zonder in het materiaal te snijden
Roest, lak en oude coating haalt u weg met een strippingdisc of -wiel: een grof, open vlies dat de laag afpelt maar het staal eronder nauwelijks aantast. Dat is de reden om ze te gebruiken in plaats van een schuurschijf - u wilt de laag kwijt, niet het materiaal.
Moet het oppervlak daarna gelijkmatig worden, dan komen de vlies- en satineerwielen in beeld. Die maken de bekende gerichte satijnstructuur op RVS, en zijn ook de manier om een reparatieplek te laten aansluiten op het bestaande oppervlak. Voor het fijnste werk zijn er unitized schijven en viltpolijstschijven.
Opspannen, bewaren en wanneer een schijf eraf moet
Abrasieven zijn de goedkoopste artikelen in de werkplaats en tegelijk de enige die met hoge snelheid ronddraaien. Een paar gewoonten schelen veel.
- Op elke gebonden schijf staat een maximaal toerental en een uiterste gebruiksdatum. Controleer beide voordat u de schijf opspant; harsgebonden schijven verouderen ook als ze in de la liggen.
- Gebruik altijd de bijbehorende spanflenzen en draai ze aan met de sleutel van de machine, niet strakker. Een schijf die op een verkeerde of beschadigde flens ligt, wordt ongelijk belast.
- Laat een nieuwe schijf eerst even onbelast proefdraaien, met de machine van u af gericht. Een haarscheur die u niet zag, laat zich dan zien voordat u in het werkstuk staat.
- Een schijf die is gevallen, ingekeept of blauw aangelopen gaat eraf. Bewaar schijven droog en plat; vocht en een kromme stapel doen een schijf meer kwaad dan een maand slijpen.
- Loopt een schuurschijf glimmend dicht in plaats van dat hij nog snijdt, dan is de korrel bot of verzadigd. Doorgaan levert warmte op en geen afname - vervang hem, of ga naar een grovere korrel.
Hulp nodig bij de keuze?
Weet u niet zeker welke uitvoering bij uw machine of uw materiaal hoort, geef dan door wat er nu op zit - de volledige code van de schijf, de diameter en het asgat - en waar u het voor gebruikt. Wij zoeken de gelijkwaardige uitvoering erbij. Het volledige programma staat op de merkpagina Abra Beta en in de categorie abrasieven.