Een verfspuitpistool is een eenvoudig apparaat met een groot verschil tussen goed en slecht werk. Dat verschil zit zelden in de prijs en bijna altijd in drie dingen: de maat van de spuitmond, de manier waarop het pistool verstuift, en de lucht die u erin blaast. In deze gids lopen we die drie langs, laten we zien wat er in de shop staat en waarom, en behandelen we de fouten die in de werkplaats het vaakst tot overspray, sinaasappelhuid of een verstopt pistool leiden.
Begin bij het product dat u verspuit
De spuitmond bepaalt hoeveel materiaal er per seconde doorheen kan. Hoe dikker en hoe stroperiger het product, hoe groter de opening moet zijn. Daarom kiest u niet eerst een pistool en dan een klus, maar andersom. In ons assortiment loopt de spuitmond van 0,5 tot 2,5 mm; dit is wat er in die reeks past.
| Wat u verspuit | Spuitmond in dit assortiment |
|---|---|
| Beits, dunne lak, kleine bijwerkplek, kleurproef | 0,5 en 0,7 mm - de bijwerkpistolen met een beker van 75 tot 125 cc |
| Autolak, blanke lak, meubellak | 1,3 tot 1,5 mm - de gebruikelijke maat voor afwerklagen |
| Grondlak, watergedragen lak, dikkere aflak | 1,4 tot 1,7 mm |
| Primer, filler, hechtprimer | 1,7 tot 2,2 mm |
| Spuitplamuur, dikke primer, structuurcoating | 2,2 en 2,5 mm |
Neemt u een pistool te klein voor het product, dan komt er te weinig materiaal doorheen: de laag droogt voor hij goed uitvloeit en u krijgt de bekende korrelstructuur. Neemt u er een te groot, dan legt u te veel materiaal neer en loopt de laag uit. Het blikje van de verffabrikant vermeldt bijna altijd een geadviseerde spuitmondmaat en een verdunningsverhouding; die staan er niet voor niets. Weet u het niet zeker, houd dan die opgave aan en niet het pistool dat toevallig aan de haak hangt.
HVLP, HTE en de pistolen zonder aanduiding
In de categorie verfspuitpistolen staan drie soorten naast elkaar, en dat verschil zit in hoe het pistool de verf verstuift.
| Uitvoering | Wat het betekent | Waar u het voor neemt |
|---|---|---|
| HVLP | High Volume, Low Pressure: veel lucht bij een lage druk aan de luchtkap. De verf komt er zachter uit, wat de nevel beperkt en meer materiaal op het werkstuk houdt. | Afwerklagen waar u zo min mogelijk overspray wilt - in een cabine, binnen, of waar de omgeving schoon moet blijven. |
| HTE | De zuinigere doorontwikkeling van HVLP: dezelfde beheerste verstuiving, maar met minder luchtverbruik. | Wie veel spuit en een compressor heeft die het net niet volhoudt op HVLP. |
| Zonder aanduiding | Conventionele verstuiving. Sneller in het opbouwen van een laag, maar met meer nevel. | Grondwerk, hekwerk, machineonderdelen, buitenwerk - alles waar wat overspray niet erg is. |
Er is niet een systeem dat altijd wint. HVLP en HTE besparen materiaal en houden de werkplaats schoner; ze vragen wel meer of preciezer geleverde lucht en werken minder goed als de compressor de afname niet bijhoudt. Spuit u een paar keer per jaar een set kasten of een aanhanger, dan is een conventioneel pistool eerlijker gereedschap dan een duur HVLP dat op een te kleine compressor toch nooit zijn werk doet.
Bovenbeker of onderbeker, en hoeveel liter
In de productnamen staat BB voor bovenbeker en OB voor onderbeker. Dat is geen smaakkwestie.
- Een bovenbeker voert op zwaartekracht aan. Hij loopt tot de laatste milliliter leeg, is licht in de hand en makkelijk schoon te maken. Nadeel: u kunt het pistool niet ver kantelen, want dan loopt de beker leeg langs de rand.
- Een onderbeker zuigt de verf op. Hij houdt meer inhoud, laat het pistool in vrijwel elke stand werken en is prettiger als u lange banen achter elkaar spuit. Nadeel: er blijft altijd een restje in de beker en het geheel is zwaarder aan de pols.
De inhoud kiest u op de klus, niet op de veiligheid. In de shop loopt hij van 75 cc voor bijwerkwerk tot 1000 cc voor plaatwerk en grote vlakken; 500 tot 680 cc is de maat die het meeste werk aankan zonder dat uw arm het opgeeft. Meng nooit meer aan dan u in een gang verspuit: aangemaakte lak heeft een beperkte verwerkingstijd en wat overblijft is verloren.
Let ook op het materiaal van de beker. Een aluminium beker is stevig en bestand tegen agressieve oplosmiddelen; een beker van nylon is lichter, doorzichtig zodat u het niveau ziet, en goedkoper te vervangen als hij een keer valt. Beide staan in het assortiment naast elkaar.
De lucht bepaalt het resultaat, niet het pistool
Dit is de belangrijkste alinea van deze gids. Een spuitpistool neemt lucht af zolang u de trekker inhoudt - anders dan een slagmoersleutel, die in stoten werkt. Een compressor die twintig slagmoerbouten prima aankan, kan tijdens een spuitgang leeglopen. Zakt de druk terwijl u midden in een baan zit, dan verandert de verstuiving en ziet u dat terug als een streep in de lak.
Drie eisen, in deze volgorde:
- Genoeg afname, continu. Kijk naar de opgegeven luchtafname van het pistool en houd daar ruim marge op aan; een compressor die telkens moet bijpompen levert wisselende druk. In Welke compressor heeft u nodig? staat hoe u dat voor uw eigen situatie doorrekent, en in Een persluchtnet aanleggen waarom een buffervat hier meer doet dan een grotere motor.
- Droge lucht. Perslucht bevat altijd water. Bij een nietpistool merkt u dat niet; in een lak ziet u het meteen als kratertjes of matte plekken. Tap het vat af voor u begint - Compressor onderhouden legt uit hoe vaak - en laat de lucht na de compressor afkoelen voor hij het pistool in gaat.
- Olievrije lucht. Een oliegesmeerde compressor geeft een fijne olienevel mee. Die is dodelijk voor lakwerk: de verf hecht niet en u krijgt kraters die er pas na het drogen zijn. Zet daarom nooit een smeerinrichting in de leiding naar een spuitpistool - wat voor de rest van het persluchtgereedschap juist goed is, is hier schadelijk.
Bij Perslucht-toebehoren staan de drukregelaar, de slang en de snelkoppelingen om dat net op te bouwen; Perslucht aansluiten behandelt de volgorde van de onderdelen. Een waterafscheider of filterdrukregelaar voeren wij niet in de webshop - vraagt u die op, dan zoeken wij hem erbij. Regel de druk bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het pistool: over tien meter slang verliest u meer dan u denkt, en wat u aan de compressor instelt is niet wat er uit de spuitmond komt.
Instellen: drie knoppen, in de goede volgorde
Vrijwel elk pistool in dit assortiment heeft drie regelingen: de materiaaltoevoer, de spreiding van de waaier en de luchttoevoer. Ze werken op elkaar in, dus stelt u ze in deze volgorde af, op een stuk karton en niet op het werkstuk.
- Zet de luchtdruk op wat de fabrikant bij het pistool opgeeft. Die waarde staat in de handleiding of op het pistool zelf en verschilt per systeem; een HVLP vraagt een andere instelling dan een conventioneel pistool.
- Draai de materiaaltoevoer eerst helemaal dicht en dan open tot er een gesloten, gelijkmatige waaier staat. Te veel materiaal is de meest gemaakte fout en de oorzaak van bijna alle zakkers.
- Stel de spreiding in op de vorm van het werkstuk: breed voor vlakken, smal en rond voor stijlen, sponningen en profielen.
Spuit daarna een proefbaan. Ziet u een waaier met dikke uiteinden en een dunne kern, dan staat er te veel lucht op of te weinig materiaal; wordt hij druipnat in het midden, dan andersom. Beweeg tijdens het spuiten met de arm en niet met de pols, houd het pistool haaks op het oppervlak en op gelijke afstand, en laat elke baan de vorige ongeveer voor de helft overlappen. Trek de trekker aan het begin van de baan pas in als u al beweegt, en laat hem los voor u stilstaat.
Schoonmaken: nu, niet straks
Een spuitpistool gaat vrijwel nooit kapot; het raakt verstopt. Uitgeharde lak in het luchtkanaal of op de naald krijgt u er niet meer uit zonder schade, en daarmee is een pistool van tweehonderd euro afgeschreven om een klus van tien minuten.
- Maak schoon direct na gebruik, met het oplosmiddel dat bij het verspoten product hoort - thinner bij synthetische lak, water bij watergedragen lak.
- Spoel de beker, spuit schoon oplosmiddel door tot er niets gekleurds meer uitkomt, en neem daarna de luchtkap en de spuitmond eraf om ze los te reinigen.
- Peuter een verstopt gaatje nooit met een spijker, boortje of staaldraad open. De opening is op honderdsten nauwkeurig; een kras erin en de waaier staat scheef. Gebruik het borsteltje en de reinigingsnaaldjes uit de onderhoudskit, of laat het onderdeel weken.
- Leg niet het hele pistool in een bak thinner. De pakkingen en de luchtzuiger lijden eronder, en het oplosmiddel trekt in delen waar het nooit hoort te komen.
- Vet de naald en de trekkeras licht in met pistoolvet voor u het pistool wegzet. In de shop staat het smeerwerk voor persluchtgereedschap bij Smeren & onderhoud.
De onderhoudskit in deze categorie bevat de sleuteltjes, borsteltjes en afdichtingen voor dit werk. Losse spuitmond- en naaldsets voeren wij niet in de webshop; hebt u een specifieke maat nodig voor een bestaand pistool, geef dan het type en de huidige maat door.
Het schuimpistool is geen verfpistool
In deze categorie staat ook een polyurethaan schuimpistool. Dat is een ander apparaat: het schroeft op een bus PU-schuim en werkt op het drijfgas in de bus, niet op perslucht. U gebruikt het voor het afdichten en vullen van naden en aansluitingen, met een regelbare dosering die u met een schuimbus zonder pistool niet haalt. Laat de bus erop staan zolang u bezig bent en reinig het pistool met schuimreiniger voor u hem eraf haalt - uitgehard schuim in het kanaal is even onherstelbaar als uitgeharde lak in een spuitmond.
Hulp bij de keuze
Twijfelt u tussen twee pistolen, geef dan door wat u verspuit, hoe groot de vlakken zijn en welke compressor u heeft - het vermogen, de ketelinhoud en of hij oliegesmeerd is. Met die drie gegevens is de keuze meestal in een keer te maken, en voorkomen we dat u een pistool koopt dat uw luchtvoorziening niet kan voeden. Het volledige aanbod staat in de categorie Verfspuiten; de luchtkant vindt u bij Compressoren & persluchttechniek en Compressoren.