Overslaan naar inhoud
Filters

Veelgestelde vragen over Pluggen

De ondergrond bepaalt de plug, niet de schroef:

  • Beton en volsteen — nylon spreidplug of universele plug.
  • Holle wanden (gipsplaat, hout-/metal stud) — hollewandplug, tuimelplug of plugbout die zich achter de plaat opzet.
  • Snelbouwsteen, holle baksteen en cellenbeton — een plug die knoopt in plaats van spreidt, of een speciale gasbetonplug.

Twijfelt u over de ondergrond? Boor een proefgat: droog, licht poeder duidt op cellenbeton of gips, grijs gruis op beton.

De boordiameter is gelijk aan de plugdiameter: een 8 mm plug vraagt een 8 mm boor. Boor het gat circa 10 mm dieper dan de plug lang is, zodat boorstof zich onderin kan verzamelen. Blaas of zuig het gat daarna schoon — boorstof is de meest voorkomende reden dat een plug niet houdt. Boor in cellenbeton en holle steen zonder klopstand, anders slaat u het gat te ruim.

Bij zware, trillende of veiligheidsrelevante bevestigingen — denk aan een carport, een zonnescherm, een hijspunt of constructiedelen. Kies dan een doorsteek- of chemisch anker, of in beton een betonschroef. Ook bij bevestigingen dicht op de rand van een steen of vlak bij een voeg is een spreidplug ongeschikt: het spreiden drukt het materiaal dan weg. Houd minimaal twee keer de plugdiameter afstand tot de rand aan.

Vraag stellen
Privacybeleid Cookiebeleid