Overslaan naar inhoud
Filters

Veelgestelde vragen over Ringen

Een sluitring (DIN 125) beschermt het oppervlak en verdeelt de klemkracht. Een carrosseriering doet hetzelfde, maar over een veel groter oppervlak — voor dun of zacht materiaal. Een veerring of tandveerring houdt spanning op de verbinding bij lichte belasting. Borg- en zegerringen ten slotte houden assen en lagers axiaal op hun plaats en zijn dus geen klemonderdeel.

Leg de ring altijd onder het deel dat draait tijdens het aandraaien. Draait u de moer aan, dan hoort de ring onder de moer; draait u de bout aan, dan onder de kop. Wordt de verbinding regelmatig los- en vastgezet, of is het materiaal aan beide zijden zacht, gebruik dan gewoon aan beide kanten een ring.

Maar beperkt. Bij een goed voorgespannen bout (klasse 8.8 of hoger, op het juiste aanhaalmoment) wordt de veerring vlakgedrukt en voegt hij nauwelijks borging toe; de voorspanning zelf doet daar het werk. Bij trillingsbelasting of lichtere verbindingen zijn een zelfborgende moer, een borgring met vertanding of chemisch borgmiddel duidelijk betrouwbaarder.

Vraag stellen
Privacybeleid Cookiebeleid