Overslaan naar inhoud
Filters

Veelgestelde vragen over Sluitringen

Een sluitring verdeelt de klemkracht van bout of moer over een groter oppervlak. Daardoor bijt de kop zich niet in het materiaal, beschadigt u het oppervlak niet en blijft de voorspanning beter behouden. Plaats de ring altijd onder het onderdeel dat u draait — meestal dus onder de moer. In dun of zacht materiaal kiest u een carrosseriering met een veel groter oplegvlak.

Een sluitring wordt benoemd naar de boutmaat, niet naar het gatmaat. Een ring M10 heeft dus een binnengat van circa 10,5 mm en past op een M10-bout. De gangbare norm is DIN 125 (vlakke sluitring); DIN 9021 is de bredere carrosserie-uitvoering. Twijfelt u over de maat, meet dan de schacht van de bout, niet de kop.

Liever niet. Verschillende metalen die in een vochtige omgeving contact maken, veroorzaken contactcorrosie: het onedelere deel — de verzinkte ring — tast als eerste aan. Houd de hele verbinding daarom in hetzelfde materiaal: verzinkt bij verzinkt, A2 bij A2, A4 bij A4. Binnen en droog volstaat elektrolytisch verzinkt; buiten kiest u A2, en aan zee of bij chloor (zwembad) A4.

Vraag stellen
Privacybeleid Cookiebeleid