Veelgestelde vragen over Zeskantbouten
De M staat voor metrisch schroefdraad, 10 is de buitendiameter van de draad in millimeter en 60 is de lengte in millimeter. Bij een zeskantbout meet u die lengte onder de kop; alleen bij een verzonken kop telt de kop mee. Staat er een derde getal bij (bijvoorbeeld M10 x 1,25 x 60), dan gaat het om fijne draad in plaats van de standaard grove spoed.
Een zeskantbout (DIN 931) heeft een glad schachtdeel onder de kop. Dat gladde deel neemt dwarskrachten netjes op en vormt een zuiver draaipunt, dus kies deze bij afschuifbelasting en scharnierende delen. Loopt de draad door tot onder de kop (DIN 933), dan spreken we van een tapbout: handig bij wisselende klemdiktes en blinde getapte gaten. Zorg er altijd voor dat het gladde deel niet in het draadgat van de moer eindigt.
Voor gangbare metrische zeskantbouten geldt: M6 = sleutel 10, M8 = 13, M10 = 17, M12 = 19, M14 = 22, M16 = 24 en M20 = 30. Op oudere of buitenlandse machines komt u afwijkende maten tegen (M10 met sleutel 16 bijvoorbeeld) — meet dan altijd na voordat u een dop of ringsleutel bestelt.