Veelgestelde vragen over Slotbouten
Een slotbout heeft een gladde bolle kop zonder aandrijving en daaronder een vierkante hals. Die hals trekt zich in het hout en houdt de bout tegen meedraaien, zodat u alleen aan de moerzijde gereedschap nodig hebt. Dat maakt hem ideaal voor houtconstructies, schuttingen, poorten, speeltoestellen en meubels: de bolle kop steekt nauwelijks uit, blijft glad en is aan de zichtzijde niet los te draaien.
Door het gat niet ruimer te boren dan de boutdiameter. De vierkante hals moet zich vol in het hout kunnen trekken — tik de bout er desnoods met een kunststof hamer in. Draait hij toch mee, dan is het gat te ruim of het hout te zacht: leg er dan een ring onder de kop of gebruik een zeskantbout. In staal houdt de hals niet vanzelf; daar boort of ponst u een vierkant gat, of u borgt de bout aan de kopzijde.
Tel de totale klemdikte van de te verbinden delen op en reken twee tot drie draadgangen uitsteek voorbij de moer erbij. Gebruik altijd een sluitring — of in zacht hout een carrosseriering — onder de moer, nooit onder de bolle kop: die hoort vlak op het hout te liggen. Bij trillende of buitenconstructies kiest u een zelfborgende borgmoer. Voor buiten: verzinkt of A2, aan zee A4.