Veelgestelde vragen over Tapbouten
Een tapbout heeft draad tot onder de kop, een zeskantbout heeft een glad schachtdeel onder de kop en pas daarna draad. Praktisch gezien: met een tapbout kunt u dezelfde bout bij verschillende klemdiktes gebruiken en grijpt de draad tot in het materiaal. Een gladde schacht is juist gewenst als de bout dwarskrachten moet opnemen of als er iets omheen moet scharnieren.
Kies een tapbout wanneer u in een blind, getapt gat schroeft, wanneer de klemlengte varieert, of wanneer u de bout ver in het materiaal wilt laten grijpen — bijvoorbeeld bij machineframes, flenzen en aanbouwdelen. Bij scharnierende verbindingen en bij belasting dwars op de bout is een zeskantbout met gladde schacht de betere keuze.
De cijfers op de kop geven de sterkte aan. Klasse 8.8 is de gangbare keuze voor constructie- en machinebouw, 10.9 gebruikt u bij zwaar belaste of voorgespannen verbindingen en 4.6 volstaat voor licht, niet-dragend werk. Roestvast staal wordt anders aangeduid (A2-70 of A4-80) en is bij gelijke maat minder sterk dan 8.8 — kies bij een dragende buitenverbinding dus bewust tussen corrosievastheid en sterkte.